Echtscheiding en de “daadwerkelijke afkoop-fictie” bij verdeling!

In veel gevallen behoren tot het te verdelen of te verrekenen vermogen bij echtscheiding bestanddelen waarover nog inkomstenbelasting moet worden afgerekend met de Belastingdienst. Hierbij kan worden gedacht aan lijfrente-verzekeringen, de waarde van de onderneming of pensioenen. De berekening van de hierover verschuldigde inkomstenbelasting (latentie) gaat in de praktijk lang niet altijd goed!

In de vermogensverdeling of – verrekening wordt geredeneerd vanuit netto bedragen. Zodra er bruto-bestanddelen worden verdeeld of verrekend, moet daarom rekening worden gehouden met de belasting die nog over dit bestanddeel is verschuldigd. Een verdeling waarbij partner 1 een bankrekening krijgt met een saldo van € 25.000 en partner 2 een lijfrenteverzekering met een waarde van € 25.000 is financieel nou eenmaal niet evenwichtig: partner 2 dient over de uitkeringen uit de polis (te zijner tijd) nog inkomstenbelasting te betalen. De lijfrente polis vertegenwoordigt daarom in het netto vermogen een veel lagere waarde van de bruto waarde van € 25.000.

Hoeveel lager is een discussie/twistpunt die wij als echtscheidingsfiscalisten veel tegenkomen in de praktijk. Veelal is de stelling dat in de afrekening tussen partners rekening moet worden gehouden met de toekomstige belastingheffing over het betreffende vermogensbestanddeel. In de praktijk zie je voorts dat een soort van vuistregel is ontstaan waarbij de toekomstige belastingheffing (latentie) op 20% wordt gesteld.

Alhoewel de gedachte over de toekomstige belastingheffing best is te begrijpen en als echtscheidingsfiscalist ook te verdedigen is, vindt deze in de rechtspraak geen steun. Onlangs (23 februari 2018) heeft de Hoge Raad nogmaals herhaald dat voor de berekening van de in mindering te brengen belastingschuld, ervan moet worden uitgegaan dat de belasting op de peildatum wordt verschuldigd over de op dat tijdstip uitgekeerde afkoopwaarde. Hoewel het arrest is gewezen in het kader van de waardering van een lijfrente, ga ik er van uit dat eenzelfde redenering geldt voor alle andere bruto componenten waarbij de hierover verschuldigde heffing tussen partijen moet worden verdisconteerd.

Met andere woorden u zult de “daadwerkelijke afkoop-fictie” toe moeten passen voor de bruto bestanddelen in de vermogensafwikkeling bij echtscheiding per peildatum en becijferen welke inkomstenbelasting hieruit voort zou vloeien. Dit bedrag dient tussen partijen te worden verdisconteerd in de afwikkeling van het vermogen. Dat klinkt eenvoudig, maar hierbij zal de volledige fiscale positie van de betrokkenen in ogenschouw moeten worden genomen.

De op deze manier berekende latentie is veelal (vele malen) hoger dan de berekening van de toekomstige inkomstenbelastingschuld. Verschillen van tienduizenden euro’s zijn zeker geen uitzondering. Besteed daarom aandacht aan de fiscale latenties en zorg dat deze geborgd zijn met een gedegen fiscaal advies en onderbouwing.

Dit aandachtspunt wordt automatisch gesignaleerd door aan de hand van de ingegeven vermogensverdeling in Juist! Alert-Echtscheiding, slimme software voor de echtscheidingspraktijk. Als echtscheidingsprofessional ook de vermogensafwikkeling voor uw cliënten optimaliseren en fiscale risico’s afdekken? Kijk op www.juistalert-echtscheiding.nl